Tijdens het introductiekamp op camping Tulderheyde in Poppel werden in de nacht van donderdag op vrijdag ongeveer 175 studenten en begeleiders ziek. In totaal waren er ongeveer 950 deelnemers aanwezig, onder wie circa 800 eerstejaarsstudenten.
De klachten ontstonden bij grote aantallen deelnemers in korte tijd. Verschillende studenten kregen last van onder meer misselijkheid, braken, diarree en buikpijn. Drie mensen werden met uitdrogingsverschijnselen naar het ziekenhuis gebracht. Het introductiekamp werd voortijdig afgebroken en de deelnemers keerden terug naar Breda.
Aanvankelijk werd vooral rekening gehouden met voedselvergiftiging. Dat kwam doordat veel deelnemers rond dezelfde periode ziek werden. Inmiddels is bij een aantal deelnemers het norovirus gevonden in ontlastingsmonsters. Daarmee is er een eerste concrete aanwijzing voor de mogelijke oorzaak.
De vondst van het virus betekent niet automatisch dat alle vragen zijn beantwoord. Het onderzoek moet nog uitwijzen of het norovirus de enige oorzaak was en hoe het zich precies heeft verspreid.
De onderzoekers houden verschillende scenario’s open. Het virus kan bijvoorbeeld via besmette handen, toiletten of oppervlakken van persoon tot persoon zijn overgedragen. Ook wordt onderzocht of besmet voedsel of drinkwater een rol kan hebben gespeeld.
Dat onderscheid is belangrijk. Wanneer voedsel besmet is met een virus, kunnen veel mensen die hetzelfde product hebben gegeten binnen korte tijd ziek worden. Het norovirus verspreidt zich echter ook gemakkelijk tussen mensen, vooral op plaatsen waar veel deelnemers dicht bij elkaar verblijven en gedeelde sanitaire voorzieningen gebruiken.
Het norovirus gevonden bij BUas is daarom een belangrijke onderzoeksuitkomst, maar geen definitieve eindconclusie. Daarvoor zijn aanvullende laboratoriumresultaten en brononderzoek nodig.
Het norovirus is een zeer besmettelijk virus dat maag-darmklachten veroorzaakt. Besmette mensen kunnen het virus verspreiden via braaksel en ontlasting. Ook handen, deurklinken, toiletten, tafels en andere oppervlakken kunnen besmet raken.
De besmettelijkheid maakt het virus lastig te bestrijden in een groep. Een enkele zieke kan het virus doorgeven aan anderen, zeker wanneer mensen samen slapen, eten en sanitaire voorzieningen delen.
De eerste melding dat het norovirus gevonden bij BUas was, kwam nadat monsters van zieke deelnemers waren onderzocht. De GGD benadrukt dat de laboratoriumvondst moet worden gecombineerd met andere onderzoeksgegevens. Alleen dan kan worden vastgesteld welke rol het virus precies speelde bij de uitbraak.
Bij het onderzoek zijn meerdere partijen betrokken. De GGD West-Brabant onderzoekt de gezondheidsklachten en de laboratoriumresultaten. Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Belgische gezondheidsinstanties en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zijn betrokken.
Daarnaast werkt BUas mee aan het onderzoek. De betrokken instanties proberen onder meer vast te stellen:
De combinatie van deze gegevens moet duidelijk maken of het norovirus gevonden bij BUas onderdeel was van een voedselgerelateerde uitbraak, een besmettingsgolf tussen mensen of een combinatie van beide.
Volgens BUas zijn de zieke studenten en begeleiders inmiddels hersteld of aan de beterende hand. Het onderwijs aan de hogeschool is volgens planning hervat. De instelling heeft contact gehouden met studenten en begeleiders om gezondheidsklachten en eventuele nieuwe meldingen in beeld te brengen.
Voor studenten die nog klachten hebben, is vooral voldoende drinken belangrijk. Bij ernstige of aanhoudende klachten, tekenen van uitdroging of twijfel over de gezondheid is het verstandig contact op te nemen met een huisarts of huisartsenpost.
De bekendmaking dat het norovirus gevonden bij BUas is, betekent op zichzelf niet dat iedereen die aan het kamp deelnam besmet is geraakt. Evenmin zegt de vondst dat studenten die geen klachten hebben gehad alsnog ziek zullen worden. De verdere monitoring en het lopende onderzoek moeten daar meer duidelijkheid over geven.
Hoewel het norovirus gevonden bij BUas een duidelijke aanwijzing vormt, zijn verschillende vragen nog onbeantwoord:
Zolang de onderzoeksresultaten niet compleet zijn, blijft de formulering “mogelijke oorzaak” het meest zorgvuldig. Het is dus te vroeg om met zekerheid te spreken van een voedselvergiftiging of van één specifieke besmettingsbron.
De melding dat het norovirus gevonden bij BUas is, geeft voor het eerst een concrete richting aan het onderzoek naar de massale ziekte-uitbraak in Poppel. Tegelijkertijd blijft de precieze oorzaak voorlopig onzeker.
De meeste zieke deelnemers zijn hersteld of aan de beterende hand en het onderwijs is hervat. De betrokken Nederlandse en Belgische instanties gaan door met het brononderzoek. Pas wanneer de laboratoriumresultaten, interviews en gegevens over voedsel, water en contacten zijn samengebracht, kan worden vastgesteld wat er precies is gebeurd.