Vitaminen

Onderwerp uit hoofdstuk 5.1 Voeding

Vitaminen zijn stoffen die onontbeerlijk zijn voor allerlei chemische processen in het lichaam. Zij hebben een regulerende functie bij de omzetting van eiwitten, koolhydraten en vetten in het lichaam. Wij hebben er maar heel weinig van nodig in ons voedsel. Bepaalde vitaminen spelen een rol bij de aanmaak van bloedcellen, hormonen en erfelijk materiaal. Ook spelen sommige vitaminen een rol bij chemische processen in het zenuwstelsel. De meeste vitaminen kan ons lichaam zelf niet in voldoende hoeveelheden maken en dus moeten wij deze uit ons voedsel halen.

Deze essentiële vitaminen (dertien in totaal) worden onderscheiden in de in water oplosbare en de in vet oplosbare vitaminen.

Vitamine A, D, E, en K zijn de in vet oplosbare vitaminen. De vitaminen A en D worden opgeslagen in de lever, waar een voorraad voor zes maanden aanwezig kan zijn. De vitamine K reserve echter is slechts voor een paar dagen toereikend. De vitamine E reserve ligt ergens tussen deze beide in.

Zowel vitamine A als vitamine D zijn schadelijk als ze in te grote hoeveelheden ingenomen worden. Van vitamine E zijn geen schadelijke effecten aangetoond bij consumptie van grote hoeveelheden, maar wel hoopt het zich op in het vetweefsel in het lichaam. Vitamine K wordt amper opgeslagen en nadelige effecten van het innemen van grote hoeveelheden zijn maar zelden waargenomen.

Vitamine C (ascorbinezuur) en de B-vitaminen behoren tot de in water oplosbare vitaminen. Het lichaam kan er niet een even goede reserve van opbouwen als van de in vet oplosbare vitaminen. Hoewel de meeste mensen denken dat grote hoeveelheden van de in water oplosbare vitaminen niet schadelijk zijn gaat dit niet altijd op.

Sommige van de in water oplosbare vitaminen hebben namelijk een uitgesproken werking, hetzij goed hetzij slecht, wanneer grote hoeveelheden worden ingenomen. Van niacine (een vitamine van de B groep) bijvoorbeeld worden wel eens hoge doseringen gegeven om een hoog vetgehalte in het bloed te verlagen, maar anderzijds kan hierdoor ook een stoornis in de leverfunctie of een verhoogde bloedsuikerspiegel optreden.

Hoge doseringen ascorbinezuur kunnen de uitscheiding van oxalaten met de urine verhogen. Om deze reden moet iemand met nierstenen die uit oxalaten bestaan geen grote doses vitamine C nemen. Hoge doseringen pyridoxine (vitamine B6) kunnen zenuwbeschadigingen veroorzaken. Kortom, het nemen van grote doses vitaminen is zelden gerechtvaardigd en is vaak riskant. 

Laat een reactie achter