Psychosociale ontwikkeling van persoonlijkheid en gedrag

Onderwerp uit hoofdstuk 1.5 De tienerjaren

Een groot gedeelte van je psychosociale ontwikkeling als adolescent bestaat uit omgaan met de diepgaande veranderingen die je lichaam ondergaat. Je moet leren omgaan met je seksuele ontwikkeling en de emoties waar deze mee gepaard gaat. Tegelijkertijd ontwikkel je een identiteit die verschilt van die van je ouders en word je onafhankelijk van hen.

De psychosociale ontwikkeling van adolescenten wordt gewoonlijk in drie fasen ingedeeld: de vroege fase, die begint rond het dertiende jaar of eerder; de middelste fase rond het vijftiende tot zeventiende jaar; en de late fase die zich uitstrekt tot het negentiende jaar of vaak ver in de twintiger jaren en bij sommigen zelfs tot in de dertiger jaren. In de vroege adolescentie begint het geestelijke brandpunt zich van het gezin naar de leeftijdgenoten te verplaatsen. In de middelste fase kunnen zich uitgesproken conflicten over onafhankelijkheid voordoen. Aan het eind van de adolescentie is je onafhankelijkheid praktisch volledig. Je beslist dan zelf of je ouderlijk advies wel of niet opvolgt en het beeld dat je van je lijf hebt en de bepaling van je sekserol liggen voor je vast.

Deze stadia zijn niet gemakkelijk. De diverse aspecten van je ontwikkeling, lichamelijk, psychisch en sociaal, verlopen niet gelijktijdig, en het proces vordert niet op een soepele en vlotte manier. Je zult merken dat je heen en weer wordt geslingerd tussen kinderlijk en volwassen gedrag.

Verwijt het jezelf niet wanneer je het moeilijk hebt met je psychosociale ontwikkeling. Je staat niet alleen. Wanneer je geconfronteerd wordt met moeilijke situaties, zul je misschien behoefte voelen aan de begeleiding en steun van een volwassene. Om die reden wenden veel adolescenten zich vroeg of laat tot een volwassene buiten het gezin, zoals een leraar of een schooldecaan. Dit compromis biedt ze de nodige begeleiding, zonder dat ze terug hoeven te vallen op de ouders met hun natuurlijk overwicht.

Het ontwikkelen en aanvaarden van een reëel beeld van je lichaam maakt deel uit van het volwassen worden. Wanneer je hiermee problemen hebt, kan zich dit, met name bij meisjes, uiten in eetstoornissen. Omdat je lichaam snel verandert tijdens de adolescentie, is het mogelijk dat je aanvankelijk niet tevreden bent met je eigen lichaam. Je kunt er erg over inzitten of je lichaam, dat in ontwikkeling is, wel aantrekkelijk is of ermee door kan. Je vrees dat je uiterlijk onvolmaakt is, kan leiden tot hevige angst.

Je zult merken dat je de ontwikkeling van je lichaam afmeet aan die van je leeftijdgenoten. Als je lichaam zich later of vroeger ontwikkelt dan het gemiddelde – en bij veel adolescenten is dat zo – is het mogelijk dat je problemen krijgt met je leeftijdgenoten en met het beeld dat je zelf van je lichaam hebt. Vaak helpt het om over deze zaken met een begrijpende volwassene te praten. Deze persoon, of het nu je arts, ouder of een vertrouwde leraar is, kan je geruststellen dat je lichaam normaal is.

Tijdens de tienerjaren zul je ook veel nadenken over wat voor een soort mens je bent en wie je zult worden. Je zult fantaseren en vervolgens serieus nadenken over wat je later zult gaan doen. In de vroege adolescentie stel je je ten aanzien van je carrière wellicht doelen die idealistisch zijn, of zelfs niet reëel en die verder reiken dan de talenten en vermogens die je gegeven zijn. Je zult jezelf misschien als popster, piloot of verslaggever zien. Later in de adolescentie zul je je waarschijnlijk richten op meer praktische zaken, en beroepen overwegen die meer direct bij je vermogens en interessen aansluiten. De geleidelijke overgang van nutteloze overpeinzingen naar praktische planning is een onderdeel van het volwassen worden.

Omdat je psychosociale toestand zo aan verandering onderhevig is, is je rol in de samenleving uiterst onduidelijk. Dit levert soms moeilijke vragen op, zoals bijvoorbeeld de vraag in hoeverre je ouders je in bepaalde dingen vrij moeten laten. Over het algemeen zullen deskundigen op het gebied van de geneeskunde, de psychologie en het sociale werk je aanmoedigen je ouders te betrekken bij je psychosociale problemen; ze zullen echter de door jou gedane vertrouwelijke mededelingen nooit doorgeven.

Door de geleidelijke veranderingen in deze periode zul je gaan beseffen wie je bent en zul je inzicht krijgen in wat persoonlijke verantwoordelijkheid inhoudt, zowel voor jezelf als voor de dingen die je doet. Je zult gaan beseffen dat wat je doet – wat je eet en de activiteiten waarvoor je kiest (meespelen in een team op school of je in je vrije tijd bezighouden met activiteiten die risico’s met zich meebrengen, zoals het gebruiken van drugs of alcohol) – een enorme uitwerking heeft op je hele leven. Tijdens deze jaren begin je bewust beslissingen te nemen over wat je wilt doen en over wat je niet wilt doen. Goede beslissingen kunnen voor je huidige en toekomstige gezondheid grote betekenis hebben.

Laat een reactie achter