Ontwikkelingsstoornissen

Onderwerp uit hoofdstuk 4.8 Vrouw & Gezondheid

Klachten en verschijnselen

  • Uitblijven van de menstruatie in de puberteit.
  • Zwangerschap blijft uit of eindigt in een miskraam.

Er zijn vrouwen die worden geboren met afwijkingen aan de baarmoeder, baarmoederhals of eileiders, als gevolg van een erfelijke afwijking of doordat een stoornis optreedt in de ontwikkeling voor de geboorte. De afwijkingen kunnen in ernst variëren van het totaal ontbreken van de vrouwelijke geslachtsorganen tot kleine afwijkingen, die echter wel een zwangerschap voorkomen of zorgen dat deze in een miskraam eindigt.

Vrouwen, waarvan de moeder tijdens de zwangerschap een kunstmatig oestrogeen (diëthylstilbestrol of DES) heeft gebruikt, kunnen geboren worden met een abnormale baarmoedermond of een baarmoeder met een T-vorm in plaats van de gebruikelijke peervorm. Tijdens de zwangerschap kan de baarmoederhals de baarmoeder niet meer goed afsluiten of kan de baarmoeder niet voldoende uitrekken. DES dochters krijgen vaker dan andere vrouwen een miskraam. Alhoewel deze aangeboren afwijkingen niet levensbedreigend zijn, zijn ze natuurlijk ernstig voor vrouwen die kinderen willen hebben.

Diagnose. Als de arts een ontwikkelingsstoornis van de baarmoeder of de eileiders vermoedt, kan hij een hysterosalpingogram (HSG) laten maken, een soort röntgenfoto. Omdat zachte weefsels niet goed zichtbaar zijn op een röntgenfoto, wordt er een contrastvloeistof gebruikt die wel goed zichtbaar is. Deze vloeistof wordt in de baarmoeder gespoten en loopt via de eileiders tot in de buikholte, waar de vloeistof door het lichaam opgenomen wordt. Terwijl de contrastvloeistof zich verspreidt, maakt de röntgenoloog een serie röntgenfoto’s. Het geheel kan een vervelend gevoel geven, vooral als de contrastvloeistof met kracht ingespoten moet worden. Een lokale verdoving van de baarmoederhals of een tabletje kan enige ontspanning brengen. Een hysterosalpingogram wordt gemaakt in de eerste helft van de menstruatiecyclus, voor de eisprong om te voorkomen dat een bevruchte eicel bloot komt te staan aan straling. Dit kan namelijk leiden tot aangeboren afwijkingen.

Er zijn nog twee andere methoden waarmee de gynaecoloog direct naar de eierstokken, eileiders en de buitenkant van de baarmoeder kan kijken. Bij een culdoscopie, die nog zelden gedaan wordt, wordt een sneetje gemaakt in de achterwand van de vagina. Door dit sneetje wordt een apparaat met een lampje erin naar binnen geschoven. Bij een laparoscopie wordt een vergelijkbaar apparaat ingebracht via een sneetje bij de navel. Beide onderzoeken worden gedaan in een ziekenhuis met behulp van algehele verdoving of een lokale verdoving met een ruggenprik.

Behandeling. Operatie. Met een operatie kunnen sommige afwijkingen worden verholpen, zoals het geval is bij een baarmoederhalsfixatie om bij een zwangerschap een vroeggeboorte te voorkomen. Een operatie wordt echter tot het laatst uitgesteld en pas verricht als alle andere behandelingen geen resultaat opgeleverd hebben, zelfs als de baarmoeder niet helemaal normaal lijkt. 

Laat een reactie achter