Mythen met betrekking tot voedsel

Onderwerp uit hoofdstuk 5.1 Voeding

Alles blijft bij het oude. Dit gezegde is zeker van toepassing wanneer het betrekking heeft op voeding. Ondanks het feit dat we steeds meer weten over de relatie tussen voeding en gezondheid, blijven een aantal voedingsmythen hardnekkig bestaan. Hier volgen er enkele:

Mythe: De enige manier om het lichaamsgewicht te laten dalen, is minder te eten.

Feit: Een van de beste manieren om gewicht te verliezen is door meer te eten – ten minste meer van bepaalde voedingsmiddelen. Wat beschouwt u als meer – een eetlepel pinda’s of een flink schaaltje popcorn? Beide genoemde producten bevatten in de aangegeven hoeveelheid zo’n 150 kilocalorieën. Het verschil zit in de hoeveelheid vet en vezel. Voedingsmiddelen die weinig vet en veel vezels bevatten, leveren in de regel minder calorieën dan de voedingsmiddelen die veel vet bevatten. Per gram levert vet immers tweemaal zoveel calorieën als koolhydraten of eiwitten. Een kleine hoeveelheid van een vetrijk product kan een aanzienlijke portie calorieën leveren.

Mythe: Vitamines geven energie.

Feit: Calorieën geleverd door vetten, koolhydraten en eiwitten geven energie. Vitamines bevatten geen calorieën, dus kunnen ze ook geen energie geven. De mythe is waarschijnlijk afkomstig vanuit de werking van B-vitamines. Zij leveren weliswaar géén energie, maar zijn wel essentieel bij het verloop van chemische processen waarbij energie wordt vrijgemaakt uit voeding.

Mythe: Vasten zorgt ervoor dat alle onzuiverheden en toxische (giftige) stoffen uit uw lichaam verdwijnen.

Feit: Er is geen bewijs voor deze uitspraak. Uw lichaam is ingesteld op de verwerking van voedsel. Daarbij hoort ook de verwijdering van natuurlijk ontstane toxische stoffen zoals ammoniak dat vrijkomt als afvalproduct bij de afbraak van eiwitten. Voor de meeste mensen geldt dat een dag vasten zowel geen positieve als negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid. Maar langer vasten kan nadelig voor uw gezondheid zijn. Er kunnen zich risico’s voordoen als uitdroging, het ontstaan van een gevaarljk lage bloeddruk, afbraak van spier- en orgaanweefsel en hartritmestoornissen. Vast nooit wanneer u hartklachten hebt, diabeet bent (met insulinetherapie) of kampt met nier- of leveraandoeningen.

Mythe: Bij uw geboorte was u al voorbestemd om dik te worden.

Feit: Erfelijkheid bepaald inderdaad voor een groot gedeelte uw lichaamsgrootte en -vorm. Onderzoeken tonen aan dat het lichaamsgewicht van volwassenen die als kind geadopteerd werden meer bepaald werd door het lichaamsgewicht van hun biologische dan van hun adoptie ouders. Maar de hoeveelheid lichaamsvet wordt niet erfelijk bepaald zoals oog- of huidskleur. Maar u kunt wel aanleg hebben voor het ontwikkelen van overgewicht. Dat betekent dat wanneer u familieleden met overgewicht heeft, u meer aanleg heeft – en niet voorbestemd bent – om dik te worden. Het blijft zo dat u zwaarder wordt enkel en alleen wanneer u meer calorieën opneemt dan u verbrand.

Mythe: Spinazie is een goede voedingsbron van ijzer.

Feit: Helaas, Popeye, maar dat is niet het geval. Spinazie bevat weliswaar relatief veel ijzer, maar dit ijzer kan net zoals het ijzer uit andere plantaardige producten slecht door het lichaam worden opgenomen. Daarbij bevat spinazie oxaalzuur dat het ijzer bindt tot een slecht opneembare stof. Het lichaam kan hierdoor slechts 2 tot 5 procent van het ijzer afkomstig uit spinazie opnemen. Bij het vaststellen van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid ijzer is rekening gehouden met het feit dat ijzer uit plantaardige producten moeilijk opneembaar is voor het lichaam. Het gebruik van vitamine C, bijvoorbeeld door een glas sinaasappelsap bij de maaltijd te drinken, bevordert de opname van ijzer door het lichaam.

Laat een reactie achter