Een goed trainingsprogramma

Onderwerp uit hoofdstuk 5.2 Lichaamsbeweging

Een belangrijk onderscheid tussen verschillende soorten oefeningen is of ze aëroob of anaëroob zijn.

Aërobe oefeningen bestaan uit continue beweging. Een aërobe oefening vraagt een verhoogde inspanning van het hart en de longen om de lichaamscellen van meer zuurstof te voorzien (aëroob betekent letterlijk ’afhankelijk van zuurstof’). De versnelde inademing en hartslag verbeteren de conditie van deze belangrijke organen en zo de algemene conditie en het uithoudingsvermogen, woorden die staan voor het begrip aërobe gezondheid.

Lopen, fietsen, joggen, aerobics en zwem men zijn typische aërobe vormen van lichaamsbeweging. Ze bestaan uit continue activiteit en helpen de conditie van hart en bloedvaten te verbeteren. Ze verhogen de frequentie en diepte van de ademhaling. Het lichaam wordt warm en als de oefening lang en krachtig genoeg is gaat u ook transpireren.

Anaërobe oefeningen kunnen ook ge zond zijn, maar dragen weinig bij aan de gezondheid van het hart. Gewichtheffen is een klassiek voorbeeld: krachtige spieren zijn het resultaat van een gewichtstraining, maar het enkele keren heffen van zware halters zet het hart en de longen niet aan de weefsels langdurig van meer zuurstof te voorzien. Een oefening met lichte gewichten die lang genoeg wordt volgehouden kan aëroob zijn; zoals bewezen wordt door een versnelde ademhaling en transpireren.

Een persoonlijk oefenprogramma bouwt op een verantwoorde manier de lichamelijke inspanning in in uw dagelijks leven. Om de conditie te verbeteren hoeven de oefeningen niet extreem inspannend te zijn. In feite is een matige hoeveelheid beweging voldoende en voor veel mensen is dit vol te houden, terwijl ze er ook nog plezier aan hebben.

Een trainingsprogramma moet worden opgebouwd: probeer niet van de ene op de andere dag in vorm te komen, ook niet in een week of twee. Door stapsgewijs de hoeveelheid beweging op te voeren en het lichaam de tijd te geven zich aan te passen aan de verandering in de mate van inspanning is het mogelijk de conditie in acht tot twaalf weken merkbaar te verbeteren.

Pas het programma aan uw behoeften, mogelijkheden, agenda en andere persoonlijke factoren aan. Ontwikkel een schema dat voor u en uw manier van leven voldoet omdat u het consequent moet kunnen volhouden om er voordeel van te hebben. Als u het programma zo moeilijk maakt dat u er tegen op ziet het uit te voeren of als het programma zo omvangrijk is dat u geen tijd vindt het meer dan één à twee keer per week uit te voeren, overdenk het dan opnieuw. U hebt tenminste drie keer in de week twintig à dertig minuten training nodig.

Om het maximale uit de training te halen en blessures te vermijden, moet elk trainingsschema uit de volgende drie stadia bestaan: warming-up, de eigenlijke inspanning en cooling-down. 

Laat een reactie achter