Angsten kind en fobieen

Onderwerp uit hoofdstuk A

Naarmate uw kind steeds ouder wordt, is het niet te vermijden dat uw kind bepaalde angsten zal krijgen, in de loop van de tijd zullen deze angsten wel veranderen, doordat zij gaan beseffen dat er verschil bestaat tussen de werkelijkheid en de door hun zelf opgeroepen gedachten. Het is gewoon dat uw kind last heeft van bepaalde angsten en kunnen ook voor een normale ontwikkeling van uw kind noodzakelijk zijn.

Angst. Uw kind ziet een bepaalde dreiging voor zich, wat echt kan zijn, maar ook een kans op een eventuele dreiging, die hij genoodzaakt ziet om te overleven. Wanneer uw kind bijvoorbeeld bang is voor een blaffende, grommende hond dan is dat natuurlijk gewoon. Hierbij ervaart uw kind een echte dreiging en heeft hij een goede reden om bang te zijn en zal hij proberen uit te wijken voor het gevaar. Maar als uw kind ook bang is voor het lieve, vriendelijke en kwispelende hondje van de buren, dan is er geen reden om bang te zijn, hier wordt dan van een fobie gesproken. Angsten kunnen vaak versterkt worden als kinderen merken dat hun ouders ook bang zijn in bepaalde situaties of voor sommige dieren.

Angsten kind

De angsten kunnen natuurlijk verschillen bij een kind, er zijn echter angsten die in een bepaalde leeftijdsgroep vaker voorkomen. Bijvoorbeeld, het in bad gaan is bij kinderen tussen de één en twee jaar een gewone angst. De kinderen van deze leeftijd zijn meestal bang om zeep in hun ogen te krijgen of zijn bang om uit te glijden. Jonge peuters zijn vaak bang voor vreemden, wanneer er in hun huis een onbekende komt, zullen zij gauw naar hun moeder gaan. Vanaf die positie zullen ze afwachten wat er gebeurt. Het is gebleken dat wanneer kinderen er aan gewend zijn vaak verschillende mensen om zich heen te zien, hier minder last van zullen hebben. Peuters reageren ook angstig wanneer ze in een vreemde omgeving zijn, alles wat nieuw en anders is wekt angst op bij jonge kinderen. Maar tegelijkertijd wordt wel hun nieuwsgierigheid hierdoor gewekt.

Bij kinderen in de leeftijd van drie tot vijf jaar zijn de meest voorkomende angsten vaak bang zijn in het donker, dieren, fantasiebeelden en de dood.

Indien uw kind in een fase van een bepaalde angst zit, steun en bemoedig u uw kind dan. U moet vooral uw kind niet dwingen om hem te confronteren met datgene waar hij bang voor is, dit zal de angst namelijk alleen maar verergeren..

Als uw kind van twee bang is in het donker kan een knuffel of kus al een goed medicijn zijn. Ook een nachtlampje kan vaak helpen. U moet zelf een beetje vindingrijk zijn om de juiste oplossing te vinden. Bijvoorbeeld een moeder van een driejarig dochtertje, die bang was dat er in haar donkere kamer monsters op de loer lagen, bedacht een ’monsterjacht’ die ze dan samen deed voordat ze haar dochtertje naar bed bracht. Ze zochten dan samen de hele kamer af om te kijken of er misschien een monster zat. Hierdoor was het meisje gerustgesteld en kon ze daarna lekker slapen. Na enkele weken was de angst over en behoorde de ‘monsterjacht’ tot het verleden .

Het is belangrijk dat u uw kind beloont, als hij weer een deel van zijn angst overwint, ook al is het maar een klein deel.

In de meeste gevallen gaan de angsten vanzelf wel weer over. Mocht dit niet zo zijn en de angsten verstoren het normale functioneren van een kind en zijn gezin, dan kan het nuttig zijn om een afspraak te maken bij een kinderpsychiater.

Laat een reactie achter