Anesthesie

Onderwerp uit hoofdstuk A

Anesthesie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met het algeheel verdoven van patiënten die een chirurgische ingreep moeten ondergaan of een ander woord voor narcose (verdoving). De arts die voor dit specialisme opgeleid is wordt anesthesioloog of narcotiseur genoemd.

Anesthesie geschiedenis.

Hoewel de pijnstillende werking van sommige geneesmiddelen (zoals opium) reeds in de oudheid bekend was, is de anesthesie pas in de 19e eeuw tot ontwikkeling gekomen na de ontdekking van de verdovende eigenschappen van ether (1818), chloroform (1831) en lachgas (1844). De eerste algehele narcose werd uitgevoerd met ether en vond plaats in 1846 te Boston. De narcose werd aanvankelijk uitgevoerd door een patiënt via een masker ether- of chloroformdamp te laten inademen tot zijn bewusteloosheid diep genoeg was voor de ingreep.
Later werden steeds meer stoffen toegepast om de narcose zo goed mogelijk te laten verlopen. Dit had tevens tot gevolg dat de narcose toegediend moest worden door speciaal opgeleide artsen. Dit gebeurde in België en Nederland voor het eerst in 1944 en 1947

Anesthesie verloop.

Een moderne verdoving begint al voor de operatie met een bezoek van de anesthesist aan de patiënt, waarbij hij nagaat hoe de algemene conditie van de patiënt en met name die van zíjn hart en longen is. Vervolgens wordt een premedicatie vastgesteld, die bestaat uit een combinatie van atropine (tegen te grote speekselproductie) en een stof die pijnstillend of rustgevend werkt (morfine, Valium). De premedicatie wordt ca. een uur voor de operatie gegeven. De eigenlijke verdoving begint met een barbituraatinjectie waardoor de patiënt snel bewusteloos wordt gemaakt. Indien nodig wordt een beademingsbuisje via neus of mond in de luchtpijp gebracht. De anesthesie wordt voortgezet met een mengsel van zuurstof en narcosegassen (lachgas, halothaan). Tevens worden via een ader pijnstillers (opiaten), vaak gecombineerd met tranquillizers, toegediend.

Anesthesie
Indien nodig – bijvoorbeeld bij buikoperaties - wordt een spierverslappend middel gegeven waarna gewoonlijk een beademingsmachine de patiënt van zuurstof voorziet. Tijdens de anesthesie worden in de meeste gevallen een of meer vitale functies (zoals hartslag en ademritme) yan de patiënt via monitorapparutuur bewaakt. De anesthesie wordt beëindigd door de toediening van narcose gassen te staken en door de via een ader toegediende middelen te neutraliseren. Gedurende een aantal uren wordt er op de verkoeverkamer nog extra op de patiënt gelet. Na de narcose kan vaak misselijkheid optreden, zodat niet direct gegeten mag worden.

Laat een reactie achter