Aders

Onderwerp uit hoofdstuk A

Aders vormen een aanvulling op de slagaders; zonder de een heeft de ander geen nut. Vanaf hun kleinste vertakkingen, de venulen, voeren ze het zuurstofarme en met afvalstoffen beladen bloed terug naar het hart.
Hoewel de aders op dezelfde wijze over het lichaam zijn verdeeld als de slagaders, zijn ze groter in aantal en bevatten ze. meer bloed: ongeveer 70 procent van het totaal. Aderlijk bloed staat onder lagere druk; de aders hebben dunnere wanden. Aderlijke bloedingen zijn door die geringere druk anders van karakter dan slagaderlijke: het bloed vloeit gestaag en de bloeding is gemakkelijker te stelpen.
In de aders stroomt het bloed meestal tegen de zwaartekracht in. Dat aderlijk bloed niet vanzelf naar beneden loopt en zich in het onderste deel van het lichaam verzamelt maar, in tegendeel, in opwaartse richting naar het hart stroomt, is te danken aan het feit dat veel aders voorzien zijn van eenwegskleppen. Bovendien zorgen spieren in armen en benen voor een soort masseerbewegingen, die helpen het bloed naar het hart te duwen. Doel van al dit pompen en persen is de uitwisseling van afvalprodukten tegen zuurstof en andere voedingsstoffen.

Deze uitwisseling vindt plaats in microscopisch kleine haarvaten of capillairen de wand ervan is slechts één cel dik en zij verbinden de kleine, slagadervertakkingen die arteriolen worden genoemd, met de kleinste adervertakkingen, de venulen. Door de dunne wand van de haarvaten trekken zuurstof, voedingsstoffen en vochten in de weefsels, en worden koolzuur en afvalstoffen weer opgenomen. De haarvaten bevinden zich op de ‘werkvloer’ van de bloedsomloop: op de plaats waar cellen en vaatsysteem materiaal uitwisselen.

Laat een reactie achter